Overkappingprothese

De overkappingprothese 

U krijgt een overkappingprothese. Dat is een grote verandering, want uw nieuwe prothese speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger. Bij een ‘gewoon’ kunstgebit worden geen wortels van uw eigen tanden of kiezen gebruikt. Bij een overkappingprothese wel. Deze werken als een soort pijlers onder het kunstgebit en geven uw gebit houvast en steun.  

Slinken van de kaken bij een overkappingprothese 

Ongeveer twintig procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna een derde deel van deze mensen heeft er problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten. Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden kunnen blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de pijlers onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken veel minder snel.  

Hoe verloopt de behandeling voor een overkappingprothese? 

Voorbehandelingen, voordat de tandprotheticus de overkappingprothese kan maken, moet de tandarts een aantal voorbereidingen uitvoeren, de zogenoemde voorbehandelingen. 

Het uitkiezen van de pijlers 

Eerst kijkt de tandarts zorgvuldig welke wortels van uw tanden of kiezen hij het beste kan gebruiken als pijlers onder uw overkappingprothese. Vaak zijn dit de wortels van de hoektanden. Om de kwaliteit van uw wortels goed te kunnen beoordelen, zal uw tandarts röntgenfoto's maken. 

Het trekken van de kiezen 

Meestal zal uw tandarts daarna de kiezen trekken die hij niet als pijlers voor de overkappingprothese gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen. Uw tanden blijven dus voorlopig nog staan. In het begin is het zonder kiezen een beetje behelpen. Maar u zult zien dat het toch wel snel meevalt. Neem contact op met uw tandprotheticus of tandarts als het niet zo is. Kort na het trekken van uw kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was. 

De voorbehandeling van de pijlers 

De tanden of kiezen waarvan de wortels als pijlers gaan dienen, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte. Uw tandarts reinigt en vult die. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan. Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft uw tandarts dit niet nog eens te doen.  

Het maken van de overkappingprothese door uw Tandprotheticus 

Afdrukken maken. Een afdruk van uw kaak wordt gemaakt met behulp van een afdruklepel, gevuld met een speciaal afdrukmateriaal. In ons tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld. Hierdoor ontstaat een gipsmodel. Hierop wordt een goed passende afdruklepel van kunsthars gemaakt. Met deze lepel wordt nóg een afdruk gemaakt om een nóg nauwkeuriger gipsmodel te krijgen. Hierop wordt uw overkappingprothese gemaakt.  

Contact tussen boven- en onderkaak 

Tijdens een volgend bezoek bepaalt de tandprotheticus de stand van uw boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar. Hij bepaalt hoe de tanden en kiezen in de boven- en onderkaak contact met elkaar moeten gaan maken, zodat u goed met uw overkappingprothese kunt kauwen. 

Kleur, stand en vorm van de kunsttanden 

Bent u tevreden over de kleur, de vorm en de stand van uw eigen tanden? Of misschien juist niet? Informeer uw tandprotheticus hierover vóórdat de overkappingprothese wordt gemaakt. Uw tandprotheticus kan u hierin advies geven. Hij zal proberen zoveel mogelijk met uw wensen rekening te houden.  

De laatste fase 

Vóórdat de tandarts uw kunstgebit in uw mond kan plaatsen, moet hij nog twee dingen doen. Eerst slijpt hij de tanden en kiezen, die als pijlers voor de overkappingprothese gaan fungeren, tot net boven het tandvlees af. Alleen de wortel van zo’n tand of kies blijft dus over. Het voorbehandelde kanaal sluit hij af met een vulling. Dan trekt uw tandarts de overige tanden die in uw mond zijn blijven staan. Direct daarop aansluitend plaatst hij de overkappingprothese. U hoeft dus niet bang te zijn dat u enige tijd zonder tanden zult rondlopen.  

De eerste dagen met de overkappingprothese  

Nabloeden. De eerste uren na het trekken van uw tanden kunnen de wonden nog een beetje nabloeden. Dat kan uw speeksel rood kleuren. Dit zal vrij snel ophouden. Dan neemt het speeksel ook weer de normale kleur aan. Dat betekent niet dat de wonden helemaal zijn genezen. De eerste 24 uur kunt u ook beter niet spoelen. Er vormen zich namelijk bloedstolsels in de wonden. Als u spoelt, laten die stolsels los en begint het bloeden opnieuw. Drinken mag wel. Er is een kleine kans dat het bloeden niet overgaat, ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen. Waarschuw dan uw tandarts. Neem ook contact op als u pijn houdt. Neem in elk geval niet zomaar een pijnstiller. Sommige pijnstillers kunnen het bloeden juist verergeren. Spreek goed met uw tandarts af wat u de eerste 24 uur wel of niet moet doen. 

Uiterlijk 

Als u in de spiegel kijkt, moet u waarschijnlijk erg wennen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger en die is veranderd. Neem een paar dagen de tijd om te wennen en beoordeel dan pas hoe u er met uw nieuwe overkappingprothese uitziet. 

Pijn 

De eerste dagen zal uw kunstgebit nog niet echt lekker zitten. Het kan klemmen en pijn veroorzaken. Toch mag u het beslist niet uit uw mond halen, want het zit als een verband op de wonden. Vooral kauwen kan in het begin pijn veroorzaken. Eet alleen zachte dingen, zoals puree, gehakt en zacht fruit.    

Wennen aan de overkappingprothese 

Pas als u weer bij uw tandarts bent, mag de overkappingprothese voor de eerste keer uit uw mond. Uw tandarts zal de wonden zonodig reinigen. Hij kan kleine correcties aan uw kunstgebit uitvoeren, waarmee hij de pijn aanzienlijk kan verminderen of wegnemen. Om uw mond te reinigen, kunt u het voorzichtig spoelen met lauw water. Daar kunt u eventueel een beetje zout in doen. U kunt daarvoor ook een bij de drogist verkrijgbaar mondspoelmiddel met chloorhexidine gebruiken, bijvoorbeeld Perio-Aid of Corsodyl. Spoelen met lauwe kamillethee kan ook heel goed. Na een paar dagen beginnen de wonden te genezen en zal de pijn verdwijnen. U zult dan langzaam aan uw overkappingprothese wennen. Dat vraagt tijd. De een zal sneller wennen dan de ander. Heeft u er erg veel moeite mee? Vraag uw tandprotheticus dan gerust om advies. 

Eten 

Eten met uw nieuwe overkappingprothese is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Probeer langzaam hardere dingen te gaan eten. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er meer tijd voor dan dat u gewend was. 

Praten 

In het begin praat u nog wat onwennig. Het is alsof u met een volle mond praat. Bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Dit is normaal. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop. Regelmatig schoonmaken van de overkappingprotheseAls u uw overkappingprothese uit mag doen, moet u deze en vooral de pijlers na elke maaltijd en voor het slapengaan goed reinigen. Op het kunstgebit maar ook eronder, op de pijlers en het slijmvlies waarop uw gebit rust: uw kaken, gehemelte en de overgang van de kaken naar de wangen, blijven gemakkelijk voedselresten achter. Als u deze niet verwijdert, ontstaan gaatjes in de pijlers en gaat het tandvlees rondom de pijlers ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen pijn veroorzaken. 

Hygiëne, schoonhouden van uw overkappingprothese 

Etensresten aan de binnen- en buitenzijde van de overkappingprothese kunt u het beste verwijderen met behulp van een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van G.U.M., Lactona of Oral-B, en water met een weinig handzeep of met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat uw gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig uw kunstgebit daarboven. Reinig uw prothese dagelijks. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen. 

Maak ook de pijlers en uw mond schoon 

Spoel in het begin, als de wonden nog niet helemaal zijn genezen, uw mond na elke maaltijd met een beetje lauw water. Poets daarna minstens één keer per dag de pijlers en het slijmvlies van de kaken met een zachte tandenborstel. U kunt het beste gewone fluoridetandpasta gebruiken. Breng één keer per dag in de overkappingprothese op de plaats van de pijlers een gelei (Corsodyl) aan. Dit biedt extra bescherming tegen cariës (gaatjes) en tandvleesontstekingen. Corsodyl is in elke apotheek te koop. Plaats uw kunstgebit met de gelei ongeveer dertig minuten in uw mond. Haal het daarna weer uit uw mond en spoel het schoon onder de kraan.  

Doe uw kunstgebit ’s nachts uit 

Uw kaken hebben een tijdje nodig om aan de overkappingprothese te wennen. Laat uw kunstgebit de eerste week dan ook ’s nachts in uw mond. Daarna is het juist beter om het voor het slapengaan wel uit te doen. Op die manier geeft u ook uw kaken rust. Vindt u het vervelend om met een lege mond te slapen? Doe dan alleen uw ondergebit uit. Wilt u toch liever uw hele gebit dag en nacht dragen? Laat uw mond en kunstgebit dan minimaal één keer per half jaar door uw tandarts controleren. Heeft u het kunstgebit niet in uw mond? Bewaar het dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. Uw kunstgebit kunt u ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel uw kunstgebit altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Aanpassingen aan de overkappingprothese 

Na enige tijd zult u het gevoel hebben dat uw kunstgebit iets losser zit. Dat klopt. De wonden zijn genezen, waardoor uw kaken iets zijn geslonken. Hierdoor is ruimte ontstaan tussen uw kaak en uw kunstgebit. Na ongeveer zes weken of liever nog iets langer, kan de tandarts uw kunstgebit aanpassen. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer steviger zit. In de meeste gevallen zult u dan uw kunstgebit één of twee dagen moeten missen. Eenmaal een overkappingprothese, voor altijd klaar? Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw overkappingprothese en uw kaak, waardoor uw gebit op den duur losser gaat zitten. De kaken slinken bij een overkappingprothese lang niet zo snel als bij een gewoon kunstgebit. Als uw overkappingprothese niet goed meer past, kan die op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere. Dat kan pijn veroorzaken. Ga dan naar uw tandarts. Schuur of vijl niet zelf aan uw overkappingprothese! In zo’n geval past uw tandarts uw kunstgebit aan. Hij kan er een nieuwe laag of ‘voering’ in aanbrengen, waardoor de overkappingprothese weer steviger zit.  

Controle bij uw overkappingprothese 

Het is noodzakelijk dat u éénmaal per halfjaar voor controle naar uw tandprotheticus gaat. Regelmatige controle is belangrijk om de pijlers gezond te houden. De tandprotheticus controleert de pijlers, uw kaken en de overkappingprothese. Bovendien kan hij u begeleiden bij het schoonhouden ervan. Ook kan hij mogelijk kleine mankementen aan de overkappingprothese die u zélf niet direct opmerkt verhelpen.  

Extra voorzieningen bij een overkappingprothese 

Soms blijkt na verloop van tijd dat uw overkappingprothese minder houvast heeft dan u had verwacht. Meestal kan uw tandprotheticus dan extra voorzieningen aanbrengen. Zo kan hij bijvoorbeeld in samenwerking met uw tandarts drukknopjes in de pijlers en in het kunstgebit maken. Of hij kan een andere (veel duurdere) methode hanteren. Dan maakt de tandprotheticus in samenwerking met de tandarts gouden kapjes op de wortels, die hij door een staafje met elkaar verbindt. In het kunstgebit brengt hij een huls aan die precies over dit staafje past. Hierdoor kan het kunstgebit als het ware worden vastgeklikt. Dit systeem kan, net als de drukknopjes, aanzienlijk meer houvast geven aan de overkappingprothese. In beide gevallen heeft u soms een geheel nieuwe overkappingprothese nodig.   

Gemakkelijke overgang naar een ‘gewoon’ kunstgebit 

Een overkappingprothese heeft in principe dezelfde vorm en afmetingen als een ‘gewoon’ kunstgebit. Daarom kan de overkappingprothese, als de pijlers onverhoopt toch verloren gaan, eenvoudig worden veranderd in een ‘gewoon’ kunstgebit. Er is slechts een kleine aanpassing nodig. U hoeft dan niet zo lang te wennen aan dit aangepaste kunstgebit. Bovendien voelt het kunstgebit nog steeds vertrouwd aan.